Specialisatie:    Dr Steven Renier

Wat is Keratoconus?
Wie krijgt keratoconus?
Diagnosestelling
Behandeling
  • Wat is keratoconus?

    Keratoconus

    Keratoconus is een degeneratieve aandoening van het hoornvlies, waarbij het hoornvlies progressief dunner wordt en daardoor ook steiler wordt ("conical shaping"). Keratoconus begint meestal vanaf 14 jarige leeftijd, en blijft meestal in de eerste jaren onopgemerkt. Er ontstaat dan een toenemende bijziendheid (zicht scherp dichtbij maar niet veraf) die nog goed met een bril kan gecorrigeerd worden. Wanneer de keratoconus echter meer en meer toeneemt kan een bril de vervorming van het zicht nog onvoldoende corrigeren. 


    De oorsprong van keratoconus is multifactorieel: enerzijds is er een (beperkte) genetische basis. We merken dat dit het meest voorkomt bij mensen van Mediterraanse roots. Anderzijds is de belangrijkste uitlokkende factor wrijven in de ogen. Door veelvuldig te wrijven (meestal door allergie of door gewoonte) zal een flexibeler hoornvlies meer en meer verdunnen en van vorm veranderen. De eerste stap bij de diagnose van keratoconus is dan ook een absolute verbod om in de ogen te wrijven.

     

     

  • Wie krijgt keratoconus?

    Keratoconus is een moeilijk voorspelbare aandoening. Zeldzaam is er een duidelijke familiale link, en is het de moeite waard om ook familieleden te screenen. Meestal is dit echter louter toevallig, en merken we een duidelijk verhaal van zeer frequent in de ogen te wrijven. Deze aandoening start meestal bij adolescenten (vanaf 14 jaar) waarbij het minimaal aanwezig is, om dan progressief toe te nemen.

  • Hoe wordt de diagnose gesteld?

    Keratoconus diagnose

    Een vroege diagnosestelling van keratoconus is belangrijk voor een goede behandeling. Als de diagnose in een vroeg stadium gebeurt, kan het hoornvlies nog gestabiliseerd worden met UV crosslinking, nog voordat er ernstige symptomen beginnen op te treden. De diagnose gebeurt door een hoornvliesscan: onze Pentacam laat toe om al zeer lichte vormen vast te stellen en deze adequaat op te volgen. Bij patiënten met een hogere graad van astigmatisme, of onregelmatig astigmatisme, zal dan ook frequent dit onderzoek uitgevoerd worden. Indien blijkt dat de aandoening toeneemt, wordt dit behandeld om ernstigere stadia te verhinderen.

  • Hoe wordt dit behandeld?

    De behandeling van keratoconus bestaat uit twee pijlers:

    1. Enerzijds moeten we het zicht zo goed mogelijk krijgen. Door de onregelmatige vorm van het hoornvlies gaan een bril of zachte contaclenzen vaak niet afdoend zijn. Daarvoor bestaan er harde contactlenzen en sclerale contaclenzen. Deze lenzen kunnen de onregelmatige vorm van het hoornvlies compenseren, en gaan door hun eigen hard oppervlak weer een mooi egaal optische breking creëren. De aanpassing van deze lenzen vergt tijd, en meestal dienen een paar verschillende lenzen uitgetest te worden om een goed draagcomfort en en goed zicht te bereiken.  Bij te vergevorderde keratoconus kan soms geen contactlens meer aangepast worden, dan is een hoornvliestransplantatie aangewezen.

    2. Anderzijds moet ook de aandoening zelf gestabiliseerd worden. We gaan regelmatige controles doen met onze hoornvliesscan, om zeker te zijn of de aandoening zelf gestabiliseerd is. We weten dat keratoconus met tijd vanzelf stabiliseert, maar bij sommigen gebeurt dit pas als ze reeds in een ernstig stadium zitten. Een beginnende keratoconus die nog evolueert, gaan we dus behandelen. Sinds 2005 bestaat hiervoor een techniek met UV stralen: crosslinking. Crosslinking is het bestralen van het hoornvlies met een UV licht, waardoor de collageenvezels sterken gaan binden, en het hoornvlies dus sterker wordt. In essentie is dit ook een natuurlijk fenomeen: door de UV straling van zonlicht zal een oud hoornvlies (70+) beduidend sterker zijn dan een jong hoornvlies (20+). Crosslinking past ditzelfde principe toe, maar dan in veel snellere en gecontroleerde mate. Niet iedereen komt in aanmerking voor crosslinking: stabiliteit, hoornvliesdikte en leeftijd zijn hierin bepalend. 

    Keratoconus behandeling

     

Dr Steven Renier
Specialisaties
Curriculum
  • Cataractchirurgie Scherp zien zonder bril LASIK/LASEK Algemene oogheelkunde

      

     

  • Cras mattis consectetur purus sit amet fermentum. Donec ullamcorper nulla non metus au abitur blandit tempus porttitor. Fusce dapibus, tellus ac cursus commodo, tortor mauris condimentum nibh.


    Aenean lacinia bibendum nulla sed consectetur. Morbi leo risus, porta ac consectetur ac, vestibulum at eros. Sed posuere consectetur est at lobortis. Cras justo odio, dapibus ac facilisis in, egestas eget quam.

×

Hoe werkt Relex Smile?

Smile is de laatste generatie van ooglaserchirurgie. Hier wordt door de femtosecond laser diep in het hoornvlies een laagje weefsel afgelijnd. Daarna wordt dit stukje (lentikel genoemd) via een micro insnede met de pincet verwijderd. Hierdoor verandert de kromming van het hoornvlies, waardoor de sterkte van het oog verandert en het zicht dus scherper wordt zonder bril of contactlenzen.

Het fundamentele verschil tussen LASEK, LASIK en SMILE is de plaats waar de laser zijn effect zal hebben

Diep in het hoornvlies wordt door de femtosecond laser een laagje hoornvliesweefsel afgelijnd. Dit heeft wat de vorm van een contactlensje, en noemen we het lentikel. De laser zal ook een kleine insnede maken naar dit lentikel, zodat dit met een pincet verwijderd kan worden.


 SMILE: wat zijn de voor- en nadelen?   

Relex SMILE lost verschillende problemen op die we soms hadden bij de klassieke LASIK chirurgie:

  1. Er is geen echte flap meer aanwezig. Daardoor is het hoornvlies (zoals bij LASEK) steviger, en kan een trauma jaren later in principe geen problemen meer geven
  2. Het hoornvlies blijft meer stevigheid behouden. Er wordt volledig in de diepte gewerkt. De bovenste laag van het hoornvlies is eigenlijk voor stevigheid de belangrijkste. Bij SMILE blijft deze intact, en is het hoornvlies na de ingreep steviger dan bvb. bij LASIK
  3. Er is minder droogte. De zenuwvezels die droogte veroorzaken lopen oppervlakkig. Bij SMILE worden die grotendeels intact gelaten, en zien we dus veel minder droogte ontstaan dan bij LASIK. De moment dat er bij LASIK een flap gemaakt wordt, worden veel zenuwvezels doorgesneden waardoor 30% na de ingreep last heeft van drogere ogen.
  4. SMILE is accurater voor hogere correcties. Studies tonen aan dat SMILE een preciezer resultaat heeft vanaf -6 in vergelijking met LASIK. Dit komt omdat bij SMILE de lasertijd voor een -3 gelijk is aan die van een -6: namelijk exact 29 seconden. De excimerlaser bij LASIK doet daar duidelijk langer over, en tijdens die extra tijd kunnen omgevingsfactoren (vochtigheid, temperatuur, ...) de nauwkeurigheid negatief gaan beïnvloeden.  Voor lagere correcties is dit effect verwaarloosbaar, maar bij hogere correcties zien we dat SMILE daardoor accurater is.

SMILE chirurgie: wat kan je verwachten?

Voor de behandeling: Eerst zal een grondig oogonderzoek gebeuren met hoornvlies scan, pupilmeting en wordt de sterkte van de correcie bepaald. Als je contactlenzen draagt, laat je die best een week voor het onderzoek uit omdat deze de vorm van het hoornvlies kunnen veranderen. 

Tijdens de behandeling: Eerst wordt het oog verdoofd met druppels, en er wordt een ooglidklemmetje geplaatst zodat je niet per ongeluk het oog kan dichtknijpen. Daarna zal de femtosecondlaser docken en zal de laser zijn werk doen. Op dit moment zie je een groen knipperlichtje, dat tenmidden van de procedure vaag zal worden, zal wegspringen of verdwijnen. Je blijft gewoon naar dezelfde plaats kijken, de laser zelf duur maar 29 seconden. Daarna gaan we het lentikel in het hoornvlies vrijmaken, en die met een pincet verwijderen. De procedure duurt in totaal 15 minuten.

Na de behandeling: Na de behandeling kan je direct terug naar huis, maar heb je wel een chauffeur nodig om je te voeren. De meesten voelen een mild discomfort ("vermoeid gevoel") aan de ogen gedurende de eerste dag.

SMILE: wat zijn de risico's?

Doordat er geen flap gemaakt wordt van hoornvliesweefsel zijn de risico's kleiner dan bij LASIK. Het voornaamste risico is dat van over- of ondercorrectie (minder dan 3%). Indien dit storend is kan (in overleg met de chirurg) weer een herbehandeling plaatsvinden om dit te corrigeren.  Deze dient dan met LASEK te gebeuren. Er is een (zeer klein) risico op infectie, of op ingroei van epitheelcellen. Dit kan in principe behandeld worden met druppels, of door een spoeling uit te voeren.  Het risico op droogte is duidelijk kleiner dan bij LASIK.

 

×